Knolselderij

Knolselderij komt net als andere selderijsoorten oorspronkelijk uit China en Egypte. Selderijsoorten lijken in verschillende opzichten veel op elkaar. Vroeger werd selderij voornamelijk als kruid gebruikt. De oude Grieken gebruikten selderij om de prestaties van atleten te vergroten. Pas in de zestiende eeuw ontstond er ook een duidelijke groentevariant van knolselderij.

Knolselderij kenmerkt zich door zijn stengelraap en de stevige knol die half onder de grond groeit. De knol is bruingeel van kleur en het vruchtvlees van knolselderij heeft een milde maar kruidachtige smaak. Ook de bladeren van knolselderij kun je eten.

Knolselderij in de keuken

De knol van knolselderij kun je zowel rauw, gepureerd als gekookt eten. Daarnaast kun je ook het blad gebruiken in gerechten, deze heeft een licht bittere smaak. Knolselderij in de keuken kun je vergelijken met het gebruik van aardappels. Je kunt er een stamppot mee maken of gratineren in de oven. Knolselderij smaakt heerlijk in combinatie met kerrie-, mosterd- en tomatensmaken. Rauw door een salade met bijvoorbeeld appel en walnoten is ook een aanrader. Als ingrediënt van een dikke (maaltijd)soep doet knolselderij het ook goed.

Bewaren

Je kunt knolselderij het best bewaren op een koele en droge plaats buiten de koelkast. Hier is de knol tot drie weken houdbaar. Na blancheren of garen kun je hem tot een jaar in de diepvries bewaren.

Beschikbaarheid

September t/m mei